Verklarende woordenlijst
Klik op een term om de verklaring ervan te zien.
Inhoud
Spring direct naar een letter:
A -
B -
C -
D -
E -
F -
G -
I -
L -
M -
N -
O -
P -
R -
S -
V -
W
A
-
Algemeen convenant
Een algemene convenant ondersteunt lokale besturen die een lokaal Noord-Zuidbeleid willen uitbouwen in Vlaanderen,
Zie ook 'Vlaams convenant gemeentelijke samenwerking'
-
Algemene beleidsnota
Bij decreet zijn lokale besturen verplicht om voor elke legislatuur een algemeen beleidsplan op te stellen.
Volgende elementen vormen een onderdeel van een algemene beleidsnota die het bestuursakkoord tussen de coalitiepartijen bevestigt: missie, visie, strategische en operationele doelstellingen, beleidsinstrumenten, producten en prestaties, inzetbare middelen, organisatieontwikkeling.
Het is best om in dit algemeen beleidsplan te verwijzen naar internationale samenwerking om dit als volwaardig beleidsdomein te verankeren.
Zie ook 'specifieke beleidsnota'
B
-
Bedrag in de gemeentelijke begroting besteed aan ontwikkelingssamenwerking
Meegerekend : personeelskost Noord/Zuid, projecten in het Zuiden, subsidies, noodhulp in het Zuiden, sensibilisering en educatie...
Niet meegerekend: kosten opvang vluchtelingen, meerkost voor aankoop Fairtrade producten, investeringen in duurzame energie.
-
Bestuurskracht
Bestuurskracht is de capaciteit om als bestuur de eigen organisatie zodanig uit te bouwen dat een beleid wordt gevoerd dat aan de verwachtingen van de burgers tegemoet komt. Het is de mogelijkheid om als bestuur een zelfstandige politieke rol te spelen t.o.v. de gemeenschap die het bestuur verkozen heeft. Het gaat om het vermogen om als bestuur de eigen mogelijkheden zelf krachtig te ontwikkelen.
-
Bilaterale samenwerking
Samenwerking tussen centrale overheden, samenwerking van staat tot staat.
C
Naar boven
-
Campagne 'Mayors for Peace'
De
campagne 'Burgemeesters voor Vrede -
Mayors for Peace' beoogt een volledige
kernwapenvrije wereld tegen 2020, in
navolging van de burgemeester van
Hiroshima een manifest ondertekenen en
de boodschap actief verspreiden.
-
Civiele maatschappij
Ook wel maatschappelijk middenveld. Het gaat om het geheel van organisaties buiten het overheidssysteem dat zich bezighoudt met het behartigen van groepsbelangen binnen een samenleving. Hiervoor maken zij gebruik van overleg, informatie, voorlichting en actie. Voorbeelden van het middenveld: vakbonden, boerenorganisaties, vrouwenbeweging, derdewereldbeweging, jeugdorganisaties, milieuverenigingen,….
-
Convenant directe samenwerking
Een convenant met directe samenwerking ondersteunt niet alleen lokale besturen die een lokaal Noord-Zuidbeleid willen uitbouwen in Vlaanderen voor het Noord-Zuidbeleid in Vlaanderen,
maar ondersteunt ook die lokale besturen die een samenwerking hebben met een lokaal bestuur in het Zuiden (een stedenband).
Zie ook 'Vlaams convenant gemeentelijke samenwerking'
D
Naar boven
-
Decentralisatie
De overdracht van een pakket aan taken, bevoegdheden, middelen en beslissingsmacht van de centrale overheid naar de regionale en lokale bestuursniveaus. Er bestaan verschillende decentralisatiemodellen. Ook privatisering wordt soms beschouwd als een vorm van decentralisatie.
-
Deconcentratie
Bij deconcentratie richt de centrale overheid eigen instellingen op in verschillende delen van het land om bepaalde taken in dat gebied uit te voeren. Het is een top-down benadering waarbij de centrale overheid de touwtjes stevig in eigen handen houdt.
-
Devolutie
Er is sprake van devolutie als de centrale overheid macht en middelen overdraagt naar zelfstandige lokale overheden die vaak uit het niets worden gecreëerd.
-
Doelmatigheid / efficiëntie
Dit betekent dat de resultaten bereikt worden tegen een aanvaardbare kost. Het gaat om de verhouding tussen de ingezette middelen en activiteiten, en de kwaliteit van de bereikte resultaten. Vaak weegt men vooral de kosten en de baten tegen elkaar af (een kosten-batenanalyse).
-
Doelstellingen
Een doelstelling beschrijft de situatie die nagestreefd wordt door het opzetten van bepaalde activiteiten. Doelstellingen worden uitgedrukt als een situatie en zijn zo concreet mogelijk. We onderscheiden verschillende soorten doelstellingen.
Algemene of strategische doelstelling
Verklaart waarom een project, programma, beleid van belang is voor de ruimere context. De algemene doelstelling wordt niet behaald met het realiseren van één initiatief (het gaat enkel om een bijdrage aan), maar is afhankelijk van meerdere initiatieven of factoren. Deze doelstellingen situeren zich op langere termijn.
Specifieke doelstelling of operationele doelstelling
Is de doelstelling van een actie/project/programma. Dit soort van doelstelling is gekoppeld aan het kernprobleem van een situatie, en wordt omschreven in termen van duurzame voordelen voor de situatie, organisatie, doelgroep, … Deze doelstellingen situeren zich op één jaar of een kortere periode.
-
Doeltreffendheid / effectiviteit
Dit houdt in hoe men de bijdrage van de resultaten/activiteiten tot het behalen van de vooropgestelde (specifieke) doelstellingen inschat. Effecten zijn het onmiddellijke gevolg van de resultaten van een actie, en zijn in de meeste gevallen al in de loop van de actie of direct erna zicht/meetbaar.
-
Draagvlak
Het gaat om een platform van burgers en groeperingen die worden opgeroepen om zich in te zetten voor een bepaald doel, in dit geval voor internationale solidariteit.
Werken aan een breder platform of draagvlak van burgers en groeperingen heet dan draagvlakverbreding. Hierbij komt het erop aan om nieuwe doelgroepen te benaderen op een manier die hen aanspreekt, die hen kan activeren. Draagvlakverdieping is het ‘onderhouden’ van het bestaande draagvlak door onder meer reflectie en discussie over Noord-Zuidvraagstukken te stimuleren.
-
Duurzaam en eerlijk aankoop- en aanbestedingsbeleid
'Duurzaamheid'
behelst de aandacht voor de volgende
aspecten: sociale rechtvaardigheid en
rechtvaardige handelsverhoudingen, een
verbetering van de levenskwaliteit,
respect voor de milieudraagkracht en een
actieve participatie van de bevolking.
'Eerlijk' verwijst in de eerste plaats naar
de betere handelsvoorwaarden en
verloning voor producenten en
werknemers (voornamelijk) in het
Zuiden.
-
Duurzaamheidsspiegel
De
duurzaamheidsspiegel is een methodiek
voor adviesraden om samen met
ambtenaren het gemeentelijk beleid in het
kader van 'duurzame ontwikkeling' in
beeld te brengen en te evalueren. Ze gaat
na wat de gemeente doet en of dit in de
perceptie van het middenveld voldoende
is. Dit kan dan basis zijn om een
participatief verbetertraject op te stellen.
-
Duurzame ontwikkeling
Sinds de VN conferentie over Milieu en Ontwikkeling in Rio de Janeiro (1992) is duurzame ontwikkeling gedefinieerd als “ontwikkeling die voorziet in de behoeften van nu, zonder de mogelijkheden van de toekomstige generaties aan te tasten” (‘Our common future’, het zogenaamde Brundtlandrapport, 1987).
Dit houdt het volgende in:
Het gaat om de behoeftebevrediging van de huidige generaties, dus van alle mensen die nu leven, zowel arm als rijk, zowel in Noord als in Zuid. Zij hebben allen recht op een kwaliteitsvol en waardig leven;
Ook de volgende generaties hebben daar recht op. Ontwikkeling moet zo verlopen dat de mogelijkheden van toekomstige generaties niet in gevaar worden gebracht (het gaat om rechtvaardigheid);
Dat houdt in, ten derde, dat de grenzen van wat de natuur aankan, de draagkracht van de aarde, niet worden overschreden.
Daarmee zijn enkele basisbegrippen van duurzame ontwikkeling aangehaald: behoeften, rechtvaardigheid, draagkracht van de aarde. Vooral in de vertaling van dit concept naar de politieke wereld is er nog een sterke klemtoon op participatie bijgekomen. Duurzaamheid is mondiaal en gaat over lange termijn.
E
Naar boven
-
Evaluatie
Evaluatie kijkt vooral naar de impact van de doelen die men heeft vooropgezet. Bedoeling is de doeltreffendheid, de impact, de duurzaamheid en de relevantie van de doelen te beoordelen. Evalueren is dus even afstand nemen, kritisch en systematisch reflecteren.
F
Naar boven
-
Fair Trade
Een handelspartnerschap, gebaseerd op dialoog, transparantie en respect, en dat een grotere rechtvaardigheid zoekt in de internationale handel. Fair Trade draagt bij tot duurzame ontwikkeling door betere handelsvoorwaarden te bieden aan en de rechten te garanderen van gemarginaliseerde producenten en werknemers, vooral in het Zuiden.
Fair Trade organisaties (gesteund door de consumenten) engageren zich actief in het ondersteunen van de producenten, in bewustmaking en in het voeren van campagnes voor veranderingen in de regels en praktijken van de klassieke internationale handel.
-
Fair Trade Gemeente
De FairTradeGemeenten-campagne wil gemeenten stimuleren om een eerlijk aankoopbeleid na te streven.
Op die manier werkt een lokaal bestuur concreet mee aan een waardig bestaan voor de kleine boer in het Zuiden en de duurzame producent in het Noorden.
Iedere gemeente kan meedoen aan de campagne maar moet om de titel te behalen wel voldoen aan 6 criteria (als lokaal bestuur zelf de stap zetten naar eerlijke handel, winkels en horeca overtuigen, scholen, bedrijven en organisaties overtuigen, de media halen, een trekkersgroep installeren en initiatieven nemen rond lokale duurzame voeding).
Zie ook 'Fair Trade'
-
Federaal programma gemeentelijke internationale samenwerking
Programma van de federale overheid om een financiële bijdrage te leveren aan
armoedebestrijding en duurzame menselijke ontwikkeling via het versterken van de institutionele
capaciteiten van lokale besturen in het Zuiden.
G
Naar boven
-
Gemeentelijke co-financiering
In het kader van een convenant gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking dient het lokaal bestuur een gedeelte zelf te financieren.
De Vlaamse overheid financiert 70% en van het lokaal bestuur wordt dus een eigen inbreng van 30% verwacht.
De loonkost van een Noord-Zuidambtenaar maakt een onderdeel uit van deze co-financiering, net als het eigen budget voor bijvoorbeeld de betoelaging van verenigingen en individuen
Zie ook 'subsidiereglement'.
-
Gender
Gender is een concept dat verwijst naar man-vrouw verhoudingen en de machts(on)evenwichten met betrekking tot deze verhoudingen. Hierbij gaat men ervan uit dat de rollen die aan mannen en vrouwen worden toegeschreven sociaal en cultureel bepaald zijn.
-
Gendermainstreaming
Gendermainstreaming is een strategie die de belangen van vrouwen en mannen op een evenwichtige manier centraal wil zetten binnen de besluitvorming, het beleid, de structuren en dat op alle vlakken. De mainstreaming houdt in dat in alle acties, programma’s en beleidsmaatregelen het gelijkekansenbeleid wordt toegepast.
-
Gewone gemeentelijke begroting
De gewone begroting bevat de terugkerende uitgaven en inkomsten, die dus ieder jaar terugkomen en onontbeerlijk zijn voor de goede werking van de gemeente, zonder grote investeringen en herstellingswerken.
-
Goed bestuur
Over het algemeen stelt men dat bestuur goed is als dat bestuur zich op een doeltreffende, doelmatige en rechtmatige wijze bezighoudt met het beheer en bestuur van de gemeente. Het bestuur kan gewogen worden via vragen als:
- Bereikt men de doelen? (doeltreffendheid)
- Bereikt men de doelen op een efficiënte manier? (doelmatigheid)
- Houdt men rekening met het recht en de rechten van de burgers? (rechtmatigheid)
- Is er sprake van een verantwoorde mix van ontwikkelingsdoelen? (ontwikkelingsgerichtheid)
- Beschikken de burgers over de mogelijkheid en de instrumenten om de overheid te controleren? (transparantie / mate van verantwoording afleggen)
-
Good governance
Good governance is een term die in de mode is geraakt in de wereld van ontwikkelingssamenwerking. De nadruk ligt op het proces: de methode, de manier waarop een overheidsinstelling werkt, het gaat over het hoe en niet over het wat, het gaat over al de administratieve regels, gebruiken, procedures, bepaalde gedragingen,…
-
GROS
Gemeentelijke Raad voor Ontwikkelingssamenwerking.
Een samenwerkingsverband tussen de verschillende lokale actoren rond ontwikkelingssamenwerking. Soms is er een
samenwerkingsverband zonder statuten en erkenning (informele GROS), meestal werd dit
samenwerkingsverband erkend door de gemeenteraad met statuten, rechten en plichten,
ondersteund door ambtenaar en middelen... (formele GROS) een eigen werkingskost (kosten om te
vergaderen, eigen sensibiliserende activiteiten, ...).
I
Naar boven
-
Impact
Impact heeft betrekking op de veranderingen die op het niveau van de algemene doelstellingen tot stand worden gebracht (op de middellange of lange termijn).
De impact wordt niet alleen bepaald door een project of programma, maar ook door andere factoren waarover men niet altijd controle heeft. Die andere factoren kunnen positief of negatief zijn. Een grondige analyse van de impact van een project of programma is daardoor zeer moeilijk.
-
Indicatoren
Objectief verifieerbare indicatoren
Het gaat om meetbare gegevens die aantonen dat doelstellingen al dan niet behaald worden. Indicatoren zijn de basis van een goed monitoringsysteem.
-
Institutionele ontwikkeling
De ontwikkeling en de vorming van instituties. Hiermee bedoelen we maatschappelijke kaders die het menselijke gedrag structureren. Instituties zijn wel eens omschreven als de spelregels in een maatschappij. Deze kunnen zowel informeel zijn (gedragsregels en –normen, gebruiken) als formeel (regels, wetten). Samen bepalen zij het pakket van aansporingen, beloningen en straffen – de ‘spelregels’ van een samenleving- waarbinnen de spelers (formele organisaties) hun rol vervullen en werk verrichten. Een voorbeeld: het huwelijk is een instituut.
L
Naar boven
-
Lokaal bestuur
Het bestuur dat het dichtst staat bij de bevolking en waarmee de burger als eerste in contact komt. Het lokale bestuur is in elk land anders georganiseerd. We reserveren deze term voor steden, dorpen, wijken en gehuchten. Wat daarboven zit kunnen we regionaal bestuur noemen.
Lokaal bestuur is specifieker dan alleen bestuur op plaatselijk niveau. Wij bedoelen hier de min of meer autonome lokale overheid, zoals wij deze ook kennen in Vlaanderen (verkozen mandatarissen). In veel ontwikkelingslanden is het bestuur gedeconcentreerd (een plaatselijke afdeling van de centrale overheid). Of er bestaat een zekere vorm van traditioneel bestuur, of een communistische bestuursvorm,… Bovendien vindt men op lokaal vlak soms een mengeling van traditioneel en modern bestuur, van gedeconcentreerd bestuur en lokaal bestuur. Dorpshoofden b.v. die beslissingsmacht hebben, naast lokale ambtenaren die het moderne staatsgezag vertegenwoordigen.
-
Lokale Agenda 21
De Lokale Agenda 21 is vastgesteld tijdens de milieuconferentie van de Verenigde Naties in Rio de Janeiro (1992).
Het is een werkplan voor de toekomst, met een groot aantal maatregelen die tot ver in de 21ste eeuw moeten uitgevoerd
worden om tot duurzame ontwikkeling te komen. Omwille van het grote belang dat het lokale niveau heeft om tot een
duurzame samenleving te komen, spreekt men van ‘Lokale Agenda 21’
M
Naar boven
-
Maatschappelijk verantwoord investeren
Naast de traditionele financiële
criteria - bijvoorbeeld de winstgevendheid
van een bedrijf - hanteert het
Maatschappelijk Verantwoord Investeren
eveneens niet-financiële waarden, zoals
sociale, ethische en leefmilieucriteria.
Deze worden op een structurele, vrijwillige
en transparante manier opgenomen in het
investeringsbeleid. (vb. ethisch bankieren
valt hieronder)
-
Monitoring
Monitoring betekent het opvolgen van de verschillende stappen of onderdelen van een bepaalde actie. Monitoring beoogt de bewaking van de kwaliteit en zal daarom regelmatig bepaalde acties of onderdelen ervan bijsturen en verbeteren. Het gebeurt door regelmatig overleg en dialoog tussen de betrokken partijen, en cours de route. Dat overleg kan leiden tot aanpassingen, verbeteringen van de oorspronkelijk opgezette planning.
Monitoring is zowel van toepassing op een individuele activiteit als op een globaal programma of beleid.
N
Naar boven
-
NGO
Op deze website hebben we het steeds over niet-gouvernementele organisaties die als hoofddoel
ontwikkelingssamenwerking hebben.
-
Noodhulp
Financiële steun voor technische of
humanitaire hulp ter plaatse in het Zuiden ten gevolge van een natuur- of andere ramp.
-
Noord-Zuidambtenaar
Ambtenaar van het lokaal bestuur die internationale samenwerking in het takenpakket heeft.
De invulling verschilt sterk van gemeente tot gemeente: van administratieve ondersteuning van een gemeentelijke raad voor ontwikkelingssamenwerking tot voltijds coördinator van een Noord-Zuidbeleid en stedenband.
Mogelijke benamingen: Noord-Zuidambtenaar, wereldconsulent, mondiale ambtenaar, verantwoordelijke internationaal beleid, ambtenaar internationale samenwerking,…
O
Naar boven
-
Openbaar bestuur
Hiermee bedoelen we het openbaar bestuur. Deze term wordt meestal gehanteerd om ‘bestuur’ als activiteit aan te duiden: het gaat om de voorbereiding en uitvoering van overheidsbeleid, in overheidsinstellingen door bestuurders en ambtenaren.
-
Ownership
Laat zich moeilijk in het Nederlands vertalen. Letterlijk betekent het ‘eigendom’ of ‘eigenaarschap’. Misschien geven ‘verantwoordelijkheid’ of ‘zeggenschap’ de betekenis beter weer. Het psychologische aspect verdient ook een plaats: het onderwerp (of dat nu beleid is of een activiteit) moet door de direct betrokkenen als iets ‘van zichzelf’ worden beschouwd. Wellicht dat ‘toe-eigening’ dicht bij deze invulling komt.
P
Naar boven
-
Partnerschap in het Zuiden
Partnerschap is een
langdurige en actieve band tussen de gemeente en een partner in het Zuiden (kan een andere
gemeente zijn, een ngo, een lokale vereniging...).
-
Programma
Een geheel van projecten, activiteiten om gemeenschappelijke algemene doelstellingen te behalen.
-
Project
Een geheel van activiteiten met vooropgestelde doelstellingen, ontwikkeld om een specifiek resultaat te bekomen binnen een beperkt tijdskader.
-
Provinciaal reglement
Sommige provincies voorzien een financiële ondersteuning van projecten die lokale
besturen in het kader van hun Noord-Zuidbeleid opzetten. (Meestal projecten rond sensibilisering
en educatie.)
R
Naar boven
-
Referentietermen
Bepalen de vereiste opdrachten die aan een persoon of instelling worden gegeven. In het geval van een opdracht bv aan een externe deskundige, omschrijft de opdrachtgever de taken en opdrachten voor de ‘contractant’, degene die de opdracht toegewezen krijgt. Referentietermen situeren de achtergrond, doelstellingen, geplande activiteiten, verwachte in- en outputs, budget, timing, … van een actie / project / programma.
-
Relevantie
Te vatten in vragen als:
- Past het project / programma binnen het beleid of binnen de missie die de organisatie zich stelt?
- Is het project / programma een antwoord of een bijdrage aan een problematiek, noden, prioriteiten die belangrijk zijn voor een groep van mensen, organisatie, context?
-
Resultaten
De ‘producten’ van de ondernomen activiteiten. Een combinatie van resultaten leidt tot het bereiken van de doelstelling van het project / programma.
S
Naar boven
-
Schone Kleren Campagne
De Schone
Kleren Campagne spitst zich toe op de
aankoop van werkkledij voor het
gemeentepersoneel. Bij elke aankoop
moeten ook sociale criteria gehanteerd
worden rond de arbeidsomstandigheden
waarin de werkkledij gemaakt wordt.
(raadsbeslissing + inbouwen in
bestekken)
-
Specifieke beleidsnota
Een sectorale beleidsnota omvat een visie op Noord-Zuid en is tegelijkertijd een werkinstrument voor de concrete vertaling van deze visie. Een specifieke beleidsnota werkt verder op de passage over internationale samenwerking in de algemene beleidsnota.
-
Stakeholders
Alle individuen, groepen, instellingen, bedrijven, … die een relatie (kunnen) hebben met een project/programma. Zij kunnen direct/indirect, positief/negatief verbonden zijn aan het proces of de resultaten van een project/programma. Vaak gaat het om direct betrokken bv watercomité’s, plaatselijke ngo’s, …
-
Stedenband met een gemeente in het Zuiden
Officieel en politiekmaatschappelijk
gedragen samenwerkingsakkoord tussen twee lokale besturen waarbij de
wederzijdse opbouw van bestuurlijke capaciteit en de versterking van plaatselijke
democratiseringsprocessen centraal staan.
-
Subsidiereglement
Lokale besturen kunnen een gemeentelijk beleid ontwikkelingssamenwerking voeren door toelagen te verstrekken aan verenigingen of particulieren die meer vertrouwd zijn met internationaal beleid dan het lokaal bestuur zelf.
Om de verdeling van dit budget te objectiveren maken lokale besturen gebruik van een subsidiereglement.
Een subsidiereglement is de concretisering van een bepaalde visie op het ondersteunen van lokale verenigingen en/of hun activiteiten of projecten. Het bevat formele criteria zoals de status of identiteit van de aanvrager en kwalitatieve criteria waarop een dossier kan beoordeeld worden.
V
Naar boven
-
Veronderstellingen
Externe factoren die invloed kunnen hebben op de vooruitgang, het succes van een project/programma, maar waarop men geen (volledige) controle heeft.
-
Vier pijlers van ontwikkelingssamenwerking
De verschillende actoren die betrokken zijn in het internationaal beleid worden vaak onderverdeeld in ‘pijlers’.
De eerste pijler is de samenwerking tussen overheden of de bilaterale samenwerking.
De tweede pijler is de samenwerking via intergouvernementele instellingen of de multilaterale ontwikkelingssamenwerking.
De derde pijler is de samenwerking via de traditionele/gevestigde niet-gouvernementele organisaties (ngo’s).
Naast de drie klassieke pijlers werd ook een vierde pijler gedefinieerd: het gaat over actoren die niet meteen thuishoren bij de drie traditionele pijlers maar die wel een concrete samenwerking met actoren in het zuiden opgezet hebben. Voorbeelden van dit soort van samenwerking kan men in scholen, bedrijven en bij particulieren terugvinden.
Meer informatie over de vierde pijler en een overzicht van organisaties vind je op www.4depijler.be
-
Vlaams convenant gemeentelijke samenwerking
De Vlaamse overheid wenst een actief beleid inzake ontwikkelingssamenwerking op het lokale vlak te stimuleren. Daarom werd een Vlaams convenantenprogramma gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking in het leven geroepen dat lokale besturen wil aanmoedigen om een volwaardige actor te worden binnen het beleidsdomein ontwikkelingssamenwerking.
Een ‘algemene convenant’ ondersteunt lokale besturen die een lokaal Noord-Zuidbeleid willen uitbouwen in Vlaanderen,
Een ‘convenant met directe samenwerking’ doet dit niet alleen voor het Noord-Zuidbeleid in Vlaanderen maar ondersteunt ook die lokale besturen die een samenwerking hebben met een lokaal bestuur in het Zuiden (een stedenband).
W
Naar boven
-
Wederkerigheid
Het is een term die vaak wordt gebruikt, maar zelden duidelijk wordt omschreven. Het gaat om een samenwerking op basis van gelijkwaardigheid, waarbij er sprake is van tweerichtingsverkeer. Het is een geven en nemen, samen leren en gemeenschappelijke problemen oplossen.